Wat is bamboe?
Bamboe is een exotische plant, een riet dat op meerdere continenten voorkomt: Afrika, Amerika, Azië en Oceanië. Door de ongelooflijk sterke en lichte stengels is het al eeuwenlang een geliefde plant voor allerlei toepassingen: woningbouw, decoratie, keukengerei of muziekinstrumenten enz.
Het is een 'kameelplant' die heel snel groeit met weinig water en geen meststoffen of pesticiden nodig heeft. Dat maakt het een ecologische en goedkope grondstof, die steeds populairder wordt in de textielindustrie, vooral in de wereld van ethische mode.
Het grootste productieland van bamboe is India, op de voet gevolgd door China, dat een groot deel van zijn productie bestemt voor de textielindustrie. Toch vind je ook bamboeplantages in Zuidoost-Azië en in Afrika, waar het van nature voorkomt en steeds meer verhandeld wordt, bijvoorbeeld in Ethiopië en Nigeria. Met zijn snelle groei, veelzijdige toepassingen en een opbrengst die 25 keer hoger ligt dan die van traditionele bomenplantages, is bamboe een motor voor ontwikkeling en armoedebestrijding in ontwikkelingslanden.
Waarom kleding van bamboe maken?
Textielvezels van bamboe zijn licht maar heel sterk, en ze voelen ook heel zacht aan, waardoor ze prettig dragen. Omdat bamboe een plant is die niet rot, hebben bamboevezels ook het voordeel dat ze van nature antibacterieel zijn en tegelijk erg absorberend. Ze worden dan ook veel gebruikt voor technische kleding, bijvoorbeeld voor sport. Meer in het algemeen kun je met dit soepele materiaal met zijn vele eigenschappen een hele reeks kledingstukken maken, zoals broeken, ondergoed, T-shirts enz. Dit kunstmatige materiaal combineert namelijk een biologische grondstof, verantwoorde consumptie en ethiek in een kwaliteitsproduct met lage productiekosten.
Van plant tot kunstmatige chemische vezels: een analyse van het productieproces
In eerste instantie is de teelt van bamboe inderdaad ecologisch: het is een plant die biologisch geteeld wordt, omdat hij geen meststoffen of pesticiden nodig heeft, de bodem herstelt en beschermt, en tot 35% meer zuurstof produceert dan traditionele bomen.
Bamboevezels zijn echter geen natuurlijk materiaal, het zijn kunstmatige chemische vezels. De bamboevezels die in de textielindustrie gebruikt worden, zelfs in de eerlijke handel en ethische mode, ontstaan via een zwaar chemisch bewerkingsproces. De natuurlijke bamboevezel is namelijk vrij ruw en breekbaar, waardoor hij niet prettig draagt. De meeste kleding van 'bamboevezel' is in werkelijkheid gemaakt van geregenereerde bamboecellulose of bamboeviscose, een kunstmatig materiaal.
Het bamboe wordt eerst tot poeder vermalen om er de cellulose uit te halen, die vervolgens wordt geëxtrudeerd met een chemisch mengsel van natriumsulfaat en citroenzuur, voordat ze weer tot bamboevezels wordt verwerkt. Wat dit productieproces heel twijfelachtig maakt, is het gebruik van koolstofdisulfide om de bamboecellulose te winnen en de garens te maken. Dat is namelijk een chemische stof die niet herbruikbaar of recyclebaar is, giftig en ontvlambaar, en die zware luchtvervuiling veroorzaakt.
Tot slot bestaan de textielvezels in de meeste kleding uit een mix van bamboe en katoen, zodat ze makkelijker in de machine te wassen zijn.
Bamboevezels: ecologisch wondermiddel of greenwashing?
In tegenstelling tot het heel groene imago dat in de ethische mode heerst, is bamboe, dat als ecologisch materiaal wordt voorgesteld, geen natuurlijk textiel, maar een kunstmatig chemisch materiaal. Is dat niet tegenstrijdig?
In eerste instantie is bamboe een ecologische plant waarvan de teelt veel minder schadelijk is voor de planeet dan bijvoorbeeld die van katoen, en met heel positieve economische gevolgen voor de producerende landen, die ontwikkelingslanden zijn. Ondanks een vervuilend chemisch proces zetten textielfabrieken en internationale normen steeds meer in op het recyclen van industriële oplosmiddelen, wat de impact op het milieu beperkt.
Dit productieproces werkt wel overexploitatie van bamboe in de hand, ten koste van ecosystemen. Tijdens de productie van viscose gaat namelijk het grootste deel van de grondstoffen verloren: je hebt ongeveer 1 kg bamboe nodig om 400 g bamboevezels te maken! Hoewel een groot deel van de bamboeproductie afkomstig is van kleine, onafhankelijke bedrijven die een duurzaam beheer van de plantages garanderen, ontsnapt bamboe toch niet aan industriële exploitatie en ontbossing in gebieden waar het juist onmisbaar is voor het voortbestaan van veel soorten, zoals panda's in China of lemuren in Afrika. Soms wordt het ook aangeplant in ecosystemen waar het oorspronkelijk niet voorkomt en waar het woekert ten koste van lokale soorten. Bamboe is namelijk een erg invasieve plant, waarvan de aanplant gecontroleerd moet worden.
Bamboevezels hebben heel interessante eigenschappen en zijn een goed alternatief voor weinig duurzame textielsoorten. De teelt is biologisch en goed voor de bodem en het milieu in het algemeen. Bovendien zijn de positieve economische gevolgen voor de telers interessant. Bamboevezels, die steeds populairder worden, worden door de textielindustrie dan ook voorgesteld als de ecologische revolutie in kleding.
Trap er echter niet zomaar in!
Het chemische productieproces van deze kunstmatige textielvezels kan nog verbeterd worden, en de plantages moeten slim en met respect voor de lokale ecosystemen beheerd worden, zodat de teelt van bamboe een positieve ecologische impact houdt.